GAASTERLAND, HEDEN EN VERLEDEN

De bosrijke omgeving van de regio Gaasterland is al meer dan drie eeuwen hét vakantieoord van het Noorden. De regio is gelegen in het uiterste zuidwesten van Friesland, in de gemeente Gaasterlân-Sleat, ingeklemd tussen het IJsselmeer en de Friese meren. Hoewel er sinds drie eeuwen geleden natuurlijk wel het een en ander is veranderd, oefent de afwisselende omgeving nog steeds elk jaar een grote aantrekkingskracht uit op vele duizenden toeristen. 

De landschapskenmerken die zo typerend zijn voor Gaasterland vinden hun oorsprong in de voorlaatste ijstijd. Immense, onder hun eigen gewicht voortschuivende gletsjers, stuwden de ondergrond omhoog waardoor heuvels ontstonden. Deze heuvels worden gaasten genoemd en hebben tegenwoordig namen als; "Tjerkgaast", "Wollegaast", "Bakhuister hoog" of "Hemelumer hoog". Ook de Gaasterlandse kliffen danken hun bestaan aan het gletsjerijs. Het hoog opgestuwde keileem zorgde voor een prima bescherming van het achterliggende land tegen het water van de Zuiderzee. In de Middeleeuwen echter werden door de herhaaldelijke aanvallen van de zee stukken van deze stuwwallen afgeslagen. Met als gevolg het ontstaan van zeer steile, metershoge kustranden, de zogenaamde kliffen. Sinds de Zuiderzee is getemd, vindt er geen afslag meer plaats en zijn de inmiddels begroeide kusthellingen lang niet meer zo steil als voorheen. Bekende kliffen zijn die van Oudemirdum en Mirns.

Het Rode klif bij Warns heeft zijn naam te danken aan het hoge gehalte van rode kalk in het door het gletsjerijs achtergelaten keileem. Deze klif geniet waarschijnlijk nog de meeste bekendheid, maar dit vanwege een heel andere reden. Niet voor niets is hier een grote zwerfkei geplaatst met het opschrift: "Leaver dea as sleaf", oftewel; Liever dood dan leven als een slaaf. Dit ter nagedachtenis aan de grote slag bij Warns tegen de Hollanders, ingegeven door de onstuitbare vrijheidsdrang van het Friese volk. Het was een slag die voor de Friezen overigens dermate succesvol verliep dat er daarna geen adelijk geslacht in Holland was dat geen verliezen had te betreuren. Tegenwoordig is het Rode klif begroeid en vrij vlak. Destijds, in de veertiende eeuw, was het klif een steile rotswand van negen meter hoog en tweehonderd meter lang.

De laatste ijstijd bracht in Nederland geen gletsjerijs, wel een toendraklimaat met extreme kou, sneeuwval en zware stormen. Dit had tot gevolg dat de droge grond werd verstoven terwijl zand uit de opnieuw drooggevallen Zuiderzee over het land uitwaaide. Tegen het einde van deze laatste ijstijd was het landschap bedekt met een dikke laag zand. Op de gaasten na, waar het vruchtbare keileem de overhand hield. Tegelijkertijd met de regen kreeg een bescheiden plantengroei, voornamelijk heide, opnieuw een kans.

DE EERSTE BEWONERS

Het hooggelegen Gaasterland was het eerste gebied in Friesland dat al vroeg werd bewoond. In tegenstelling tot de lager gelegen gebieden, die zo'n 500 jaar voor Chr. bevolkt raakten en waar men terpen moesten bouwen om het hoofd boven water te houden, werden de zandgronden van Gaasterland reeds 3400 jaar voor Chr. bezocht door mensen van de Trechterbekercultuur. Deze cultuur ontleent haar naam aan het voor haar zo kenmerkende aardewerk, waarvan de overblijfselen door heel Noord-Europa zijn gevonden. Men weet dat deze mensen in kleine nederzettingen leefden in de bossen. Op akkertjes verbouwde men verschillende granen terwijl ook runderen werden gehouden. Helaas is er van de verdere leefwijze van de Trechterbekers zeer weinig bekend.

Op een dag, ergens in 1849, ontdekte een arbeider in het Rijsterbos tijdens het graven van een greppel een aantal grote zwerfkeien. Met een op de praktijk gerichte besluitvaardigheid die de mensen in die tijd eigen was reduceerde hij de zwerfkeien tot kleinere stenen opdat dezen aldus dienst konden doen als wegverharding of walbeschoeiing. Later werd duidelijk dat hij het enige tot nu toe bekende Hunebed in Friesland, indertijd gebouwd door de Trechterbekers, had vernield.

Informatiecentrum Mar & Klif te Oudemirdum organiseert van 24 april tot 1 november de tentoonstelling "Steenkist en Trechterbekers, prehistorie in Gaasterland". Het in 1849 ontdekte Hunebed staat hierin centraal en uiteraard wordt aandacht geschonken aan de bouwers er van, de eerste bewoners van Zuidwest-Friesland. Gedurende de tentoonstellingsperiode worden de originele grafvondsten, die bijna 150 jaar zijn bewaard in het Fries Museum, weer overgebracht naar Gaasterland.

BOSSEN EN MEREN

De Gaasterlandse bossen dateren voornamelijk uit de 17e, 18e en 19e eeuw, aangelegd door grootgrondbezitters. Tot voor een paar duizend jaar geleden moeten er ook oerwouden zijn geweest. In 28 na Chr. namelijk werd de Romeinse veldheer Apronius in het Baduhenna woud verslagen door de Friezen. Men vermoedt dat dit woud indertijd met het ontstaan van de Zuiderzee is verdwenen in de golven.

De boscomplexen zijn later deels ontgonnen tot bouw- en grasland. De overgebleven hakhoutbossen kregen in de vorige eeuw de gelegenheid zich om te vormen tot hoger opgaande bossen. Ze worden vandaag de dag beheerd door Staatsbosbeheer en "It Fryske Gea" en bestaan uit eiken, beuken, berken, en vele soorten naaldbomen. Bijzonder zijn bovendien de vele soorten varens die er groeien. De bossen zijn geheel toegankelijk voor publiek en lenen zich natuurlijk uitstekend voor wandelen, fietsen of paardrijden. Het aantal paden dat hiervoor speciaal is aangelegd is dan ook zeer groot.

Ook de watersporter zal zich in Gaasterland zeker thuis voelen. De regio is namelijk omringd door water, met aan de ene kant de voormalige Zuiderzee en aan de noord en westzijde de meren Morra, Fluessen en het Slotermeer. Deze meren zijn gevormd in de vroege middeleeuwen toen vanwege de hoge zeespiegelstand delen van Friesland onder water kwamen te staan en grote stukken veen door stormen werden weggeslagen.

Gaasterland is nog steeds één van de schoonste delen van ons land. Het afwisselende landschap, de grote verscheidenheid aan planten en diersoorten en vooral veel frisse lucht maken het een zeer aantrekkelijk gebied om te bezoeken. Bijvoorbeeld om zo maar eens een dagwandeling te maken door de bossen. Daarnaast biedt de regio tal van verschillende overnachtingsmogelijkheden en de meest uiteenlopende recreatieve voorzieningen. Ook heel aantrekkelijk dus voor een verblijf van een wat langere periode, tijdens de zomervakantie. Informatiecentrum Mar & Klif is geopend van april tot november en (naast de eerder genoemde tentoonstelling) zeker een bezoekje waard.

Ook kunt u zich voor informatie wenden tot het VVV-kantoor te Oudemirdum.

Met dank aan Informatiecentrum "Mar & Klif".

Artikel van Schoenmaker Multimedia BV - Sneek

Pagina: 583

© Copyright 1998 - 2009
Kaldenhoven EDV & TK Beratung - Wij zijn niet aansprakelijk voor de op dit Domein verstrekte informatie