friesland.org

WADDENZEE, EEN MONUMENT

(Zomer-Info ...) 

De waddenzee is een uniek natuurgebied met een uitgebreide flora en fauna en de meest uiteenlopende recreatieve mogelijkheden. De een zal bijvoorbeeld kiezen voor een verblijf op een van de eilanden terwijl de ander het gebied per zeilboot zal verkennen. Internationaal wordt het wad beschouwd als het belangrijkste natuurgebied van West - Europa. Bovendien is het een van de meest bezochte recreatiegebieden.

Met name de twee laatste ijstijden uit de aardgeschiedenis zijn van belang geweest bij het vormen van de ondergrond van waddenzee en Noordzee. Grote zandmassa's werden naar de Noordzee gestuwd door het ijs uit het noorden en de grote rivieren in het zuiden. Door golven en stroming werd dit zand in de richting van de kust getransporteerd waar zich vervolgens (vanaf ongeveer vijfduizend jaar geleden) zandbanken vormden, doorsneden met diepe geulen, de vroegere riviermondingen. Hiermee werd een proces van ophoging en duinvorming in gang gezet dat uiteindelijk heeft geleid tot de vorming van onder andere de vijf Nederlandse waddeneilanden.

In feite strekt de waddenzee zich uit van Den Helder tot voorbij Esjberg in Denemarken, afgeschermd van de Noordzee door maar liefst vijftig eilanden en hoge platen. De meeste eilanden zijn voorzien van duinen en begroeing en bieden beschutting aan de onbegroeide zand en slikplaten die bij eb droogvallen. Aan het vasteland wordt dit gebied begrenst door kwelders, gebieden waar zich zoveel slib heeft opgehoopt dat die tijdens vloed niet meer geheel onderlopen en langzaam maar zeker begroeid raken. Het wad kenmerkt zich dan ook als een getijdengebied dat tijdens vloed een binnenzee vlakte is en bij laagwater verandert in een uitgestrekt slikgebied met een wirwar van geulen. Het verschil tussen hoog en laagwater van tenminste enkele meters zorgt ervoor dat de stroming sterk genoeg is om het fijne zand en slib vanuit zee aan te voeren zodat de vorming van wadplaten en kwelders mogelijk wordt. Bij een nog groter getijverschil, vijf meter en meer, vormen zich waddengebieden zonder eilanden. Twee keer per etmaal worden tijdens eb en vloed miljarden kubieke kilometers water vanuit de Noordzee aan en afgevoerd. Het plankton en ander organisch materiaal dat hiermee tegelijkertijd wordt aangevoerd vormt een belangrijke voedselbron voor de vissen en vogels die het wad bevolken. Het wad speelt dan ook een belangrijke rol als "kraamkamer" voor tal van vissoorten en weekdieren. Het gebied is trouwens ook een belangrijke fourageer plaats voor verschillende soorten trekvogels die naar het zuiden trekken of hier overwinteren. Het aantal zoogdiersoorten is echter vrij beperkt. Een soort die zich helemaal thuis voelt in het waddengebied is natuurlijk de zeehond. Ze leven in kleine kuddes en als men geluk heeft kan men ze een enkele keer zien zonnen op een drooggevallen zandplaat. Door vervuiling van het water en de jacht die op hem werd gemaakt is dit symphatiek uitziende dier helaas sterk in aantal afgenomen. De populatie lijkt op dit moment vrij stabiel maar wordt nauwlettend in de gaten gehouden door natuurbeschermers. Naast onze "eigen" zeehond krijgen we soms bezoek van de grijze zeehond, ook wel kegelrob genoemd. Het is meer een trekdier dat zowel langs de Engelse oostkust als voor de scandinavische kusten wordt gesignaleerd en aanzienlijk groter wordt, tot meer dan drie meter. Dolfijnen (Bruinvissen en tuimelaars) kwamen vroeger eveneens vrij talrijk voor maar zijn helaas zo goed als verdwenen.

©  1997   KY - D. Kaldenhoven  / Schoenmaker MultyMedia   ·  465