friesland.org

DE REGENBOOGKLASSE. (kieljachten)

(Zomer-Info Juli-Aug. 96)

De regenboogklasse is een Nationale Eenheidsklasse van kieljachten, zoals dit officieel wordt genoemd, die indertijd is ontstaan uit een prijsvraag uitgeschreven door de toenmalige K.V.N.W.V. (de Koninklijke Verbonden Nederlandsche Watersport Vereenigingen). Iedereen die zichzelf watersporter noemt of zich als recreant regelmatig in de buurt van de Friese meren bevindt heeft ze wel eens gezien; de ruim acht meter lange open zeiljachten met de halve cirkel boven het nummer in het zeil. Wedstrijdschepen bij uitstek zijn het en dankzij hun sierlijke lijn en een indrukwekkend aantal vierkante meters zeildoek ongetwijfeld een van de meest gefotografeerde zeilschepen. Alweer bijna tachtig jaar geleden, in 1917 om precies te zijn, werd de allereerste regenboog te water gelaten. Het ontwerp is afkomstig van ene G. de Vries Lentsch Jr., iemand die nog veel meer ontwerpen op zijn naam heeft staan waaronder de bekende pampus. Zijn bestaan heeft de regenboogklasse eigenlijk te danken aan het feit dat er begin deze eeuw behoefte ontstond aan een nieuwe eenheidsklasse naast de al bestaande klassen zoals de twaalfvoetsjollen, de in 1904 ingevoerde A.B.C. klasse en de zes en acht meter klasse. Een aantal Nederlandse werven werd in 1915 verzocht een tekening te maken waarvan uiteindelijk het ontwerp van de Vries Lentsch het meest geschikt werd bevonden. Het was de bedoeling dat het schip een kostprijs zou krijgen van rond de duizend gulden. Dit streven bleek helaas een onmogelijke zaak in verband met de Eerste Wereldoorlog ondanks het feit dat was bepaald dat de huid van het schip niet van het dure teak- of mahoniehout mocht zijn maar van bijvoorbeeld grenenhout. De materiaalkosten waren in die tijd namelijk in hoofdzaak bepalend voor de prijs, het arbeidsloon speelde een minder belangrijke rol. Echter, in de loop der jaren veranderde dit en de eerste twintig jaar na de oorlog zijn er praktisch geen regenbogen bijgebouwd omdat de bouwmethode op zich er al een behoorlijk kostbare aangelegenheid van maakt. De kostprijs van de eerste compleet uitgeruste regenbogen lag tussen de 1700,- en 1900,-. De naam regenboog dankt de klasse overigens aan de oorspronkelijke bedoeling van de ontwerper de schepen in allerlei verschillende kleuren te schilderen. Mede omdat later een regenboog met teak- of mahoniehouten huid wel werd toegestaan heeft dit idee nooit echt doorgang gevonden. De eigenaar van bijvoorbeeld een teakhouten schip vindt het natuurlijk zonde om zijn van een dure houtsoort vervaardigde schip te verven.

In de loop der jaren vonden er een aantal veranderingen plaats met betrekking tot de bouwmethode die trouwens in hoofdlijnen wel hetzelfde is gebleven. Werd vroeger bijvoorbeeld de huid aan de spanten gespijkerd, eerst werd dit vervangen door het klinken met roodkoperen bootnagels later door het schroeven van de huiddelen aan de spanten. Met de bouw van de naoorlogse regenbogen deden nog een paar technische wijzigingen hun intrede die onder andere ten doel hadden de ventilatie onder in het schip te verbeteren om rot te voorkomen. Ook de zogenaamde mastspoorconstructie, de constructie waar de mast op steunt, werd aangepast opdat het gewicht van de mast beter over het schip werd verdeeld. De intrede van hechthout (een merknaam voor watervast gelijmd multiplex) heeft tevens een rol gespeeld. Waren de dekken op de oude regenbogen van vurendelen met linnen overspannen, na de Tweede Wereldoorlog werden ze allen van hechthout gemaakt. Dit had als voordeel dat het schip in z'n geheel steviger werd en goedkoper te bouwen. Bovendien scheelt het behoorlijk in onderhoudskosten. Ook wat betreft het beslag veranderde er het een en ander. Was het in 1917 normaal om beslag van gegalvaniseerd ijzer of brons te hebben, in de loop der jaren werd het steeds moeilijker om dit volgens de reglementen van de klasseorganisatie voor elkaar te krijgen omdat er steeds minder van dit originele materiaal in de handel was. Op een gegeven moment is dit dan ook vrij gegeven.

De eerste wedstrijd die werd gevaren, met zeven regenbogen aan de start, was op 10 juni 1917 op het Braassemermeer. Het was inmiddels 1946 toen voor het eerst om het nationale kampioenschap werd gestreden. Sinds 1951 vinden de wedstrijden elk jaar plaats die of in Holland of in Friesland worden gezeild. Immers, de oorspronkelijke ontwerper van de regenboog kwam dan wel uit Holland, Friesland is natuurlijk waterland bij uitstek en het is dan ook niet verwonderlijk dat deze provincie een groot aantal regenboogbezitters telt.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd op initiatief van enkele Hollandse regenboogbezitters samen met de Friese afdeling van regenboogbezitters de regenboogclub opgericht.Het was de eerste klassevereniging in Nederland met als doel het promoten van de regenboog en het aansporen van regenboogbezitters deel te nemen aan wedstrijden.

Maar liefst 73 van de tot op de dag van vandaag gebouwde regenbogen werden door de Vries Lentsch persoonlijk vervaardigd, eerst op zijn jachtwerf te Monnickendam, later op een werf te Amsterdam. En dat ze degelijk zijn gebouwd staat wel vast. Zelfs de oudste, ingrijpend gerepareerde regenbogen, zijn nog steeds in staat het grote zeiloppervlak te dragen en in volle actie respect af te dwingen bij iedere nieuwe generatie zeilers.

Met dank aan het Fries Scheepvaart Museum te Sneek.

©  1997   KY - D. Kaldenhoven  / Schoenmaker MultyMedia   ·  445