
(Zomer-Info ...)
Friesland staat natuurlijk niet alleen bekend om zijn elfstedentocht, Berenburg en stamboekvee. Vooral het unieke merengebied met zijn weidse vergezichten en geheel eigen flora en fauna heeft altijd een belangrijke bijdrage geleverd aan de bekendheid van de provincie. Reeds honderd jaar geleden al ontdekten Engelse jachtzeilers de Friese meren en plassen waarvan een paar enthousiaste publikaties van rond de eeuwisseling getuigen. Friesland bezit dan ook het grootste plassen en merengebied van West - Europa met ongeveer 30.000 ha aan meren, plassen en poelen met de meest uiteenlopen recreatieve mogelijkheden op en aan het water. Maar ook buitendijks zijn daar in onze tijd twee grote gebieden aan toegevoegd, te weten de Waddenzee (hoewel geen meer toch een zeer belangrijk natuur en watersport gebied) en het IJsselmeer, voorheen Zuiderzee. Deze twee gebieden zijn voor watersporters natuurlijk ideaal bereikbaar via de vele Friese kustplaatsen die als het ware de poort vormen naar het grote water dat op deze manier rechtstreeks is verbonden met het merengebied.
Maar, als men spreekt over Friesland waterland bedoelt men natuurlijk in het bijzonder de brede strook met meren, plassen en vaarten die zich vanaf Stavoren in nooroostelijke richting uitstrekt tot in de buurt van Bergum. Dit karakteristieke gebied (het lage midden) heeft zich vooral vanaf 500 v. Chr. gevormd toen de Noordzee in een tijd van hoge waterstanden (transgressieperiode) het gebied regelmatig binnendrong via de monding van de rivier de Boorn die indertijd ontsprong in de omgeving van het latere dorp Bakkeveen. De vele plassen en poelen, karakteristiek voor een veengebied, werden door deze overstromingen vergroot. Aan deze vorm van erosie (afslag door het water) schrijft men het onstaan van veel meren toe. Voorbeelden hiervan zijn de tussen de zeventiende en negentiende eeuw reeds drooggemaakte plassen als de Makkumer, Parrega'ster en Workumer meren. Op andere plaatsen heeft men de natuur zijn gang laten gaan zodat prachtige natuur en recreatiegebieden zijn ontstaan zoals de Oude Venen met de bekende Princehof tussen Grouw en Eernewoude. Ook zijn er op geheel andere wijze meren onstaan zoals het langgerekte stuk water in de Zuidwesthoek van Friesland, bestaande uit het Heegermeer, Fluessen en Morra. Geologisch onderzoek heeft aangetoond dat dit gebied is gelegen in een oud gletsjertongbekken uit de zogenaamde Riss-ijstijd, 200.0000 - 100.000 v. Chr. Ook turf- en zoutwinning hebben een rol gespeeld bij het ontstaan van de diverse plassen en poelen. Hoewel men in volksoverleveringen verhaalt over uitgestrekte branden in het uitermate brandbare veengebied als oorzaak voor het ontstaan van sommige meren lijkt het aannemelijker te denken aan de zoutwinning die heeft plaatsgevonden, een proces waarbij ook vuur werd gebruikt. Denk maar aan namen als Zoutepoel, Zoutsloot en Zoutpotten.
Vandaag de dag is het Friese merengebied een van de belangrijkste recreatiegebieden in West-Europa dat ieder jaar weer grote aantrekkingskracht uitoefent op duizenden watersporters en natuurliefhebbers. Met recht mag men dit dan ook een uniek natuurhistorisch gebied noemen waar men het belangrijk vindt een evenwicht te bewaren tussen het toerisme enerzijds en ongerepte natuurgebieden anderzijds.
© 1997 KY - D. Kaldenhoven / Schoenmaker MultyMedia · 434