 |
ROOFVOGELS IN NEDERLAND.
Nederland is een dichtbevolkt landje met nog maar weinig ongerepte natuur. Toch is het niet perse nodig om naar een dierentuin te gaan of naar het buitenland om "wilde" dieren te bekijken. Voor de liefhebber en de oplettende waarnemer valt er nog steeds veel van de natuur te genieten. Neem nu de 12 soorten roofvogels die Nederland rijk is. Naast deze 12 soorten, die hier broeden en hun jongen grootbrengen, kennen we nog een aantal soorten die in Nederland geheel of gedeeltelijk de winter doorbrengen of doortrekken naar een nog zuidelijker gelegen bestemming. Hoezeer de soorten onderling ook verschillen wat betreft grootte en verenpak, men zal ze altijd herkennen dankzij hun karakteristieke manier van vliegen, de kromme snavel, scherpe klauwen en felle blik.
De bekendste broedvogels bij ons zijn de Buizerd en Torenvalk. Deze beide soorten zijn voornamelijk muizeneters en jagen het liefst in half-open land. De Buizerd zien we vaak op een paal langs de kant van de weg zitten, loerend naar prooi. De Torenvalk is vooral bekend om de manier waarop hij snel vleugelklappend op één plaats in lucht blijft hangen, het zogenaamde bidden. De Havik en de Sperwer jagen bij voorkeur op andere vogels. Met hoge snelheid achtervolgen ze hun prooi die in het algemeen ook in de lucht wordt "geslagen". Onder de in Nederland broedende roofvogels is de Havik de grootste en de sterkste. De Sperwer lijkt op de Havik maar is een stuk kleiner. De beide soorten broeden het liefst in bosgebieden. De Boomvalk en de Wespendief verblijven in de winter in Afrika. Begin mei arriveren ze in Nederland om te broeden en in de nazomer vertrekken ze weer naar het warme insectenrijke zuiden. De Bruine Kiekendief is van de drie Nederlandse kiekendiefsoorten de bekendste. Ze zijn goed te herkennen wanneer ze met hun vleugels in een typische V-vorm boven rietvelden, sloten en akkerland vliegen. De Blauwe- en Grauwe Kiekendieven zijn vrij zeldzaam en worden voornamelijk in Noord-Nederland gesignaleerd. Nog zeldzamer is de Rode Wouw. Het is een aaseter die helaas zo vaak het slachtoffer wordt van vergiftiging dat het hem nauwelijks lukt zich hier als broedvogel te vestigen. Van de Zwarte Wouw en de Slechtvalk zijn maar enkele broedgevallen bekend in Nederland.
Wanneer Scandinavie en Siberie in de winter door sneeuw en ijs zijn bedekt trekken de daar broedende roofvogels naar zuidelijker gelegen gebieden. Soorten die om deze reden tijdelijk hun heil in Nederland zoeken zijn onder andere de Ruigpootbuizerd, het Smelleken en de Zeearend. Afhankelijk van onder meer klimatologische omstandigheden wordt Nederland ook periodiek bezocht door de Visarend en de Roodpootvalk.
In het verleden werd vaak gedacht dat roofdieren schadelijk waren en men vervolgde ze dan ook fanatiek, vaak aangemoedigd door een premiestelsel. In de loop der tijd werd echter overtuigend aangetoond dat de activiteiten van deze dieren een sturende en stabiliserende kracht zijn in de natuur. Vanaf 1941 zijn alle roofvogels dan ook onvoorwaardelijk bij de wet beschermd. Door deze bescherming en het verbod op bepaalde chemische bestrijdingsmiddelen uit de jaren zestig en zeventig deden een aantal soorten roofvogels het begin jaren tachtig bijzonder goed. Hoewel de vermeende schadelijkheid van deze dieren allang achterhaald is bleek toch dat veel mensen daar anders over dachten en plaatselijk werden de dieren opnieuw op grote schaal geschoten, geklemd en vergiftigd. Om hier een tegenwicht te bieden werd door samenwerkende natuurbeschermingsorganisaties en overheidsinstanties de Werkgroep Roofvogels Noord- en Oost Nederland opgericht. Vanaf '94 is overgegaan tot een landelijke werkgroep; De Werkgroep Roofvogels Nederland. In samenwerking met de Vogelbescherming stelt men zich ten doel een einde te maken aan het structureel vervolgen van roofvogels. Om dit op een goede manier te kunnen doen houdt men zich daarnaast bezig met het verzamelen van zoveel mogelijk kennis over roofvogels in het algemeen.
Met dank aan de Werkgroep Roofvogels Nederland.
|