 |
DE HISTORIE VAN LEEUWARDEN.
De stad Leeuwarden is ontstaan uit de twee terpdorpen van Nijenhove, ten noorden en zuiden van huidige Eerwal. De mogelijke betekenis van Leeuwarden is "luwe waard", de oudste vermelding, uit het jaar 825 vertelt van "Lintarwrde". De twee terpdorpen waren door hun ideale ligging aan de Middelzee de basis voor een niet onbelangrijk handelsverkeer. Friesland heeft nooit een hof-en leenstelsel gekend en zodoende konden er zich in de middeleeuwen allerlei handelsnederzettingen vestigen zoals Leeuwarden, Bolsward en Dokkum. Men werd hier namelijk niet belemmerd in zijn doen en laten door een feodale adel die in grote delen van Europa een zuiver agrarische maatschappij wist te bewerkstelligen. Dit had echter tevens tot gevolg dat door het gebrek aan steun van een landsheer de concurrentiestrijd met andere, niet Friese handelssteden, op den duur werd verloren.
Het langzaam dichtslibben van de Middelzee was hier zeker niet in de laatste plaats debet aan. Wel werden er tegen het eind van de 13de eeuw stadsrechten verworven. De functie van de stad bleef echter beperkt tot die van regionaal agrarisch marktcentrum. Toch wist Leeuwarden zich uit te breiden en werd opnieuw omwald, een klus die duurde van 1481 tot 1494. In 1498 werden stad en gewest in naam van keizer Maximilliaan onderworpen door Albrecht van Saksen en werd centrum van het bestuur. De stad werd in 1559 als bischopsstad aangewezen maar verloor deze status weer in 1580, als gevolg van de Hervorming. Na die tijd ontwikkelde de stad zich maar weinig en de veelvuldige aanwezigheid van de adel rond het Hof van de stadhouder en de instellingen van provinciaal bestuur zorgden voor de uitstraling van een enigzins deftige provinciestad. Ook in de 19de eeuw veranderde er maar weinig, ondanks de ingrijpende staatkundige veranderingen. Van de vestiging van moderne (landbouw)industrie was eind van de 19de eeuw pas sprake. Met name na de landbouwcrisis van 1878 - 1895 kan men spreken van een groei van het handels en industriebedrijf. Uiteindelijk is Leeuwarden dan toch uitgegroeid tot het handels-, bestuurs- en verzorgingscentrum van Friesland.
Natuurlijk heeft Leeuwarden ook een groot aantal bezienswaardige monumenten die een rondwandeling door de binnenstad zeker de moeite waard maakt. Neem bijvoorbeeld de Oldehove, op de vroegere Oldehoofster terp. Het is de onvoltooide romp van een zware laat-gotische toren waarvan de bouw in 1529 een aanvang nam. Wegens verzakkingen werd met de bouw gestopt in 1532. Of de in 1648 aangelegde Prinsentuin, die fungeerde als lusthof voor de Friese stadhouders. De Kanselarij, die in 1893-1896 werd gerestaureerd, is in 1566-1571 gebouwd, als zetel van het Hof van Friesland. Tal van musea is Leeuwarden bovendien rijk. Zoals het Fries Museum, het verzetsmuseum, het Fries Letterkundich museum en nog veel meer. Recreatiegebied de groene ster biedt de bezoeker volop mogelijkheidheden. Het omvat bos, stranden en zwemplassen en een camping. Ook het Leeuwarder bos is natuurlijk uitermate geschikt voor een wandeling of fietstocht. Bent u van plan binnenkort Leeuwarden eens te bezoeken dat loont het zeker de moeite uitgebreide informatie aan te vragen bij het VVV te Leeuwarden omtrent de vele uiteenlopende mogelijkheden die deze stad heeft te bieden.
|